Error showing flash-object.
NL |  FR |  DE |  EN

Enkele merkwaardige collectiestukken... en de mensen en verhalen erachter

> De oudst gekende monstrans ter wereld, 1286

Lambert Vanherk, deken, met torenmonstrans


We schrijven 1317. Een pastoor bezoekt een zieke in Viversel. Hij is onvoorzichtig en een hostie geraakt ontheiligd. Ze begint de bloeden. Terwijl de pastoor de bloedende hostie naar de abdij van Herkenrode brengt, gebeuren er nog tal van mirakelen. Sindsdien staat deze bloedende hostie bekend als "het heilig sacrament van mirakel van Herkenrode". De miraculeuze hostie werd aan het gelovige volk getoond in deze torenmonstrans. Het is een uniek stuk, dat Heilewigis, een vroegere abdis van de abdij van Herkenrode, al in 1286 in Parijs kocht. De hostie bleef er tot in de 17de eeuw in bewaard.

> Reukappel voor het Virga Jessebeeld, eind 16de - begin 17de eeuw 


Prachtig sieraad, deze reukappel of pommander. In België zijn er maar vijf bekend, drie daarvan zijn in het bezit van Het Stadsmus. In de 16de en 17de eeuw zijn ze een modeverschijnsel. Rijke vrouwen dragen ze aan een ketting om hun middel, het hangertje bengelt ter hoogte van de kuiten of wordt tussen de vingers gehouden. In de hanger zitten kostbare reukwaren zoals muskus en amber. Die moeten er voor zorgen dat kwalijke geuren verdwijnen en dat besmettelijke ziekten worden afgeweerd. Onder invloed van de grote pestepidemie neemt het gebruik van de reukappel nog toe.
In de rennaissance komen er goedkopere reukwaters in flesjes op de markt en verdwijnen de reukappels. Vele worden achteloos weggegooid en verdwijnen. Deze reukappel ontsnapte aan vernietiging omdat het een devotiegeschenk voor de Virga Jesse was.

Lode Martens, goudsmid, met reukappel

> In den Boschwagen, 18de eeuw

Willy Dirkx, cafébaas, met uithangteken


Wie in de jaren 1700 gebruik maakt van de regelmatige vrachtvervoerdienst tussen 's Hertogenbosch en Hasselt, is aan het eind van de rit dringend toe aan verfrissing. Dit uithangbord leidt hen naar herberg "In den Boschwagen" in de Demerstraat.
Handelaars en ambachtslui trachten met dergelijke uithangborden kopers sneller naar hun zaak te leiden. Terwijl de vroegste uithangtekens vooral heraldische kleuren en figuren gebruiken, duiken er in de 15de en 16de eeuw uithangtekens op met heiligen, werktuigen en andere taferelen. Vanaf de 18de eeuw, wanneer meer en meer mensen kunnen lezen, wordt er ook tekst gebruikt.
In 1806 verplichten de Fransen de huizen te nummeren. Gelukkig verdwijnen de uithangtekens en gevelstenen nooit helemaal uit het straatbeeld.

> Ster van de vereniging de Roode Roos, 1627 


Een ster wordt opgehangen aan een koord tussen twee huizen op de Grote Markt. Hét startsein voor de Hasselaren om hun jaarlijkse vrijmarkt of kermis te beginnen. De vereniging de Roode Roos staat in voor de organisatie en de veiligheid van de kermis. Als betaling krijgt ze van het stadsbestuur een vat bier.
De kermis wordt voor het eerst vermeld in 1569. Nog steeds, en dat al eeuwenlang, begint de kermis in Hasselt op de eerste zondag na de feestdag van Sint-Lambertus, 17 september.

Christian Libert, de Roode Roos, met ster

> Eretrommel van het Elfde Linieregiment, 1937

Willy Theunis, Ons 11de, met trommel


Het elfde linieregiment is een begrip in Hasselt. De goedbetaalde officieren en onderofficieren wonen tot aan de tweede wereldoorlog met hun gezin in de stad en betekenen een belangrijke economische impuls. Maar het is vooral de muziekkapel van het elfde linie dat in de herinnering van de Hasselaren voortleeft. Vanaf 1871 geeft deze kapel regelmatig concerten in de kiosk op het Leopoldplein en soms op de Oude Markt. Tot 1939 zijn de concerten een volksattractie in de stad.
De goed opgeleide musici stimuleren het muziekleven en dirigenten en muzikanten van de militaire harmonie nemen de leiding op van de plaatselijke fanfares en muziekverenigingen.

> Reclamebord voor stokerij Fryns, ca. 1904-1907 


Een keramieken reclamebord voor stokerij Fryns symboliseert de verwevenheid tussen jenever en keramiek in Hasselt. De stokerij werd opgericht in 1887 en groeit uit tot één van de belangrijkste jeneverstokerijen. De jeneverbaronnen boeren goed aan het eind van de 19de eeuw. Ze investeren hun kapitaal in de oprichting van de Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt.
De keramiekfabriek maakt vooral naam met siervoorwerpen in art nouveau-stijl: vazen, jeneverkruiken, reclameborden en tegeltableaus. Typisch voor de Hasseltse productie zijn de felle kleuren.
Al van bij de oprichting in 1895 is de keramiekfabriek bij de grootste van België. Na één jaar werken er 132 mensen.

Jan Kempeneers, stoker, met reclamebord

> Brandemmer in leer, 1782

Katlijn Aerts, brandweervrouw, met emmer


Hasselaren zijn niet gauw bang, maar brand en pest zijn eeuwenlang wel hun grootste vrees. Tot in de 18de eeuw zijn de talrijke vakwerkhuizen uit hout en leem in de stad bijzonder brandbaar. Herhaaldelijk breekt een brand uit die een groot deel van de stad in as legt. Iedere inwoner van de stad is daarom ingedeeld bij een brandploeg en moet een brandemmer in huis hebben. Wie na de brand in plaats van zijn eigen brandemmer een beter exemplaar terug mee naar huis neemt, wordt als dief ten schande gemaakt. Om diefstal tegen te gaan, laten meer gegoede burgers hun wapen op de brandemmer aanbrengen, zoals te zien is op deze brandemmer van burgemeester Guillaume Stellingwerff uit 1782. Het brandgevaar neemt af als het stadsbestuur in de 18de eeuw verplicht om nieuwe woningen af te dekken met "pannen, tichelen of scaliën".